Begin 1990 kwam het bestuur dankzij het speurwerk van de inmiddels overleden dorpshistoricus J. van Brakel in het bezit van de oprichtingsvergadering van ‘IJsclub Voorwaarts Katwijk’.
Gaandeweg is het idee geboren om de geschiedenis van 125 jaar ‘IJsclub Voorwaarts Katwijk’ te verzamelen en vast te leggen in een boekwerk. Hierbij wordt gebruik gemaakt van alle beschikbare documentatie, zoals de verslagen van de Algemene Ledenvergaderingen en de notulen van de bestuursvergaderingen. Omdat het eerste notulenboek ontbreekt wordt ook veelvuldig gebruik gemaakt van het digitale krantenarchief van de regionale dagbladen.
Dat het een enorme hoeveelheid lezen wordt is te voorzien. Maar omdat de notulen tot aan het midden van de jaren zeventig met de hand werden geschreven en de een nu eenmaal niet zo netjes als de ander schrijft, moet in veel gevallen het vergrootglas gehanteerd worden om het een en ander te kunnen ontcijferen.
Daarbij komt dan ook nog dat de eerste notulisten zich nog bedienen van de oud-Nederlandse spelling wat in een aantal gevallen een extra handicap betekent.
Om te komen tot een hoe en waarom men is gekomen tot de oprichting van ‘IJsclub Voorwaarts Katwijk’ is het noodzakelijk om een indruk te geven van de situatie van die tijd.
Allereerst was er een economische situatie met een groot onderscheid tussen arm en rijk. De armen, groot in getal, die veelal waren aangewezen op de vrijgevigheid van de rijken.
Eind 19e eeuw waren er lange strenge winters met vorst tot –16 graden en ijsdikten van 50 centimeter terwijl de zee tot over een afstand van 1500 meter uit de kust veranderde in een ijsvlakte.
In deze winters, waar ook de winter van 1893 toebehoorde, waren het dus vooral gegoede burgers uit de gemeenten die overwogen om een ijsclub op te richten met als hoofddoel werk te verschaffen aan werkelozen door ze een ijsbaan te laten aanleggen en onderhouden en daarmee de nood onder de bevolking te verminderen.
Rond 1900 telde Katwijk ongeveer 7000 inwoners. De twee dorpen, Katwijk aan de Rijn en Katwijk werden met elkaar verbonden door een oude zandweg, de huidige Zeeweg. Katwijk aan de Rijn is van oorsprong een agrarisch dorp aan een knooppunt van wegen. De bebouwing was ruim opgezet, met veel akkers en groen. Gegoede families hadden er hun buitenplaatsen. Naast de visserij was voor de Katwijkse economie de land- en tuinbouw van belang. Met name aardappels en bloemkolen werden er verbouwd, maar ook tulpen en krokussen.
Nadat op 17 september 1882 de Nederlandse Schaatsenrijdersbond door een aantal ijsclubs was opgericht, waaronder ijsclub Dokkum, de eerste ijsclub van Nederland (1840), werd op 13 januari 1893 in Amsterdam door 17 schaatsers gestreden om het eerste officiele wereldkampioenschap.
De winnaar was Jaap Eden die 3 van de 4 wedstrijden wist te winnen.
Wellicht was dit een extra aanleiding om een ijsclub in Katwijk op te richten.
In het Leidsch Dagblad van 14 januari 1893 staat onderstaand verslag.
Het bestuur bestaat uit voorzitter W.M. van Beelen, secretaris A. Burggraaff, penningmeester J. Burgerhout en lid W. Zuijderduijn. De vereniging stelt zich tot doel: Het organiseren van openbare volksfeesten en het bevorderen en beoefenen van openbare volksspelen. De kosten van het lidmaatschap wordt vastgesteld op f. 1,00. Na 1 jaar heeft de vereniging al 100 leden en 13 donateurs. De kas is ieder jaar goed gevuld en op de Oude Rijn en de ‘Nieuwe Zanderij’ worden hardrijderij- en ringrijderijwedstrijden gehouden.
Op 27 januari 1917 staat er een opmerkelijk bericht in de krant:
H.M. de Koningin heeft de burgemeester een medaille gestuurd, bestemd voor een wedstrijd van de plaatselijke ijsclub. Probleem is dat Katwijk 2 ijsclubs rijk is dus wordt besloten om gezamenlijk een ringrijderij te organiseren. De winnaar blijft helaas onbekend.
De baanvegers in Katwijk aan Zee gaan in staking. Voor fl. 1,50 per dag is men niet van plan om de hele dag met de bezem te zwaaien. Het bestuur van de ijsclub in Katwijk aan Zee, ‘Ontspanning Zij Ons Doel’ (O.Z.O.D.) gaat akkoord met een vergoeding van fl. 1,75 per dag en voor elk overwerkuur 0,25ct.
Ook bij ‘Voorwaarts’ zijn het mindere tijden want er zijn ijsdagen bij dat aan meer dan 20 werknemers loon moet worden uitbetaald. Het gevolg is een negatief kassaldo.
1970-1976
Zowel in het notulenboek van IJsclub Voorwaarts Katwijk als ook in de plaatselijke kranten blijft het een aantal jaren angstig stil rond de IJsclub, tot 2 februari 1976. Ook de eerder genoemde aanleg van een kunstijsbaan in Katwijk blijft bij een oprisping van de toenmalige Jeugdraad van de gemeente Katwijk.
Wellicht onder impuls van de aanleg van de kunstijsbaan ‘de Uithof’ in Den Haag in 1974 en aansluitend de Menkenijshal in Leiden heeft het bestaan van IJsclub Voorwaarts Katwijk op 2 februari 1976 haar tweede jeugd ontdekt.
